logo-transparent

Spelregels

Deelname:
Het kaatsen geschiedt op eigen risico en altijd met kaatsvrienden om u heen. Toegestaan zijn mannelijke deelnemers van 55 jaar en ouder. Elke deelnemer kaatst 3 partijen op een wedstrijddag en dat is meestal om de twee weken op woensdag. Het zomerprogramma is van mei tot en met september op het veld en het winterprogramma van oktober tot en met april in de Trije te Franeker.
Voor elke wedstrijd moet de deelnemende kaatser inleg betalen. Ieder jaar bepaalt de Commissie 55+ de hoogte van deze inleg, want hiermee moeten de noodzakelijke uitgaven kunnen worden betaald. Deze inleg is in oktober 2008 verhoogd van € 6,- naar € 7,- en wordt ook voor 2014 toereikend geacht.

Wegblijven:
Een kaatser, die zich heeft opgegeven voor een wedstrijd, kan dit maandagochtend tot 12.00 uur nog afzeggen. Een kaatser wordt voor de daarna volgende 2 wedstrijden geschorst als hij zich heeft opgegeven voor een wedstrijd en zonder melding wegblijft, tenzij achteraf blijkt, dat daarvoor een geldige reden bestond. (Nood breekt wet).

Klassen:
Afhankelijk van de deelname en capaciteiten worden de kaatsers ingedeeld in meerdere klassen, bijvoorbeeld A, B of C. Per klasse worden de besten als 1e maat geloot, daarna de 2e en 3e maat.

Loting:
Er wordt 3 keer geloot, zodat iedere kaatser 3 wedstrijden met verschillende maten tegen 3 verschillende tegenstanders speelt.
Mocht door omstandigheden een kaatser een partij niet kunnen spelen dan ontvangt hij 7 eersten voor en 3 eersten tegen. Dit kan bv. als er een partuur van 2 personen tegen een partuur van 3 personen zou moeten spelen. Mocht de betreffende speler dit overkomen in de 1e of 2e partij dan tellen deze punten mee voor de prijs (en eventueel een krans). Dit is niet van toepassing als een speler de 3e partij niet meespeelt, hij kan dan geen krans ontvangen.

Opslag en perk:
Iedere kaatser moet om de beurt een heel eerst opslaan. Van het oneven partuur begint de 1e maat met opslaan en vervolgens de 2e en de 3e. Als de 1e maat opslaat, dan staat de 3e maat van het even partuur buiten het perk. Dus bij het even partuur is de volgorde van beneden naar boven (3e, 2e, 1e) en dit betekent, dat als de 1e maat (de beste) opslaat in het perk altijd de 1e en 2e maat (de besten) van de tegenpartij staan. De 2 kaatsers in het perk mogen zelf bepalen waar zij gaan staan, voorin of achterin.

Verantwoording per kaatspartij:
De eerste kaatser van het oneven partuur haalt de bal op en brengt deze terug bij de wedstrijdleider. Tevens geeft hij de uitslag door aan de wedstrijdleider.  De wedstrijdleider roept de kaatsers op voor een kaatspartij als bij een bepaalde partij 5 eersten zijn behaald en de eerste maten van een partuur dienen dan te zorgen dat hun maten ook tijdig aanwezig zijn bij het desbetreffende perk. Eén en ander is bedoeld om een vlot verloop van de kaatspartijen te bewerkstelligen. Daarom is het nuttig om de kaatswant op een plek neer te leggen, waar deze weer moet worden gebruikt, bijvoorbeeld zijkanten of achter het perk (dus niet op de "boppe").

Veld en perkafmetingen vanaf 1 januari 2015:
Perk 4,5 x 14 meter. Afstand voorlijn tot bovenlijn 33 meter. De opslaglijn op 23 meter van de voorlijn voor de A-klasse, 21 meter B-klasse, 19 meter voor de C-klasse en 17 meter voor de D-klasse. De opslager moet wel het perk normaal kunnen bereiken. De minimale afstand tussen de buitenste perklijnen, links en rechts, dient minimaal 9,50 meter te bedragen tot de kwaadlijn. Gezien de gemiddelde deelname bij de 55+ op het veld, moeten minimaal  8 perken in twee velden worden gelegd. Afstand tussen de perken 1 meter. Bij 4 perken bedraagt de minimale breedte in 1 veld dus 18 + 3 + 19 = 40 meter en de lengte van het hele speelveld = 14 + 33 = 47 meter.

Verschil over een slag of bal:
Er moet plezier zijn voor iedere kaatser op zijn eigen nivo. Indien er een meningsverschil is, dan volgt gewoon een nieuwe bal. Indien een kaatser(s) niet akkoord gaat(n) met “een nieuwe bal”, de wedstrijd staakt (staken) en het speelveld verlaat (verlaten), dan wordt de  betreffende kaatser(s) geschorst voor een periode van drie maanden. Kaatsers van de partij, die wel akkoord gaan met een nieuwe bal moeten dit even melden bij de wedstrijdleiding (Kommissie).  In voorkomende gevallen, als twijfel bestaat over een bepaalde spelsituatie,  kan de speler (s) contact opnemen met de wedstrijdleiding.

Bal gekeerd door iemand van een andere partij:
Als een bal door iemand van een andere partij wordt teruggeslagen, gekeerd of tegenaan komt, dan wordt de kaats of wat dan ook aangemerkt, daar waar de bal terechtkomt. Er zal dan geen sprake zijn van een "nieuwe slag".

Prijzen:
In 2009 is besloten, dat vanwege de kleinere deelname aan onze wedstrijden, alleen kaatsers een prijs kregen, die 3x hadden gewonnen. Met ingang van 2012 krijgen de kaatsers ook een prijs, die 2x hebben gewonnen en de eerste of de tweede partij hebben verloren met 5-5 (6-6).

Einde wedstrijd in de Trije om 16.30 uur.
De grote kaatshal in Franeker wordt gehuurd tot 16.30 uur. De wedstrijdleider geeft om die tijd het sein om te stoppen. Bij gelijke stand moet nog één slag plaatsvinden om te bepalen wie gewonnen heeft. Bijvoorbeeld bij 3-3 (2-2). Op 4 maart 2015 is door de commissie besloten dat in geval van mogelijk tijdsoverschrijding, wedstrijden begonnen kunnen worden met de stand eersten gelijk of spellen gelijk. Een en ander naar inzicht van de wedstrijdleiding te bepalen.

De rest van de spelregels wordt nog nader uitgewerkt.